Op 8 oktober jl. stemde de Tweede Kamer positief over het wetsvoorstel 1 dat verzekerden meer invloed op zorgverzekeraars moet geven.
De versterkte positie van de verzekerde is volgens de regering in het belang van de maatschappelijke verankering van het zorgstelsel.
Het door zorgverzekeraars gevoerde beleid moet aansluiten bij de wensen en behoeften van verzekerden.
Daarvoor is inspraak in het zorginkoopbeleid en in het klantcommunicatiebeleid onontbeerlijk.

Op zich hebben is reeds via artikel 28, eerste lid onder b van de Zorgverzekeringswet geregeld
dat de statuten van de zorgverzekeraar waarborgen moeten bieden voor een redelijke mate van invloed van verzekerden op het beleid.
Bij de meeste zorgverzekeraars is verzekerdeninvloed geborgd via een ledenraad. Verzekerden kunnen via de ledenraad invloed uitoefenen op het beleid van de zorgverzekeraar.  Soms hebben verzekeraars ook verzekerdenraden op lager niveau. Regiobijeenkomsten met verzekerden, klantenpanels en social media, contacten met patiëntenorganisaties, enquêtes, en virtual communities zijn andere instrumenten waarmee verzekerden betrokken worden door zorgverzekeraars.

Desalniettemin is op diverse punten verbetering nodig.
Kennelijk zijn verzekerden wel voldoende betrokken bij beleid, maar hebben ze onvoldoende inspraak bij de onderwerpen die hen direct raken, waar ze zich bij betrokken voelen en waar ze over willen meepraten.
Daarnaast ontbreekt de transparantie over de diverse mogelijkheden die er voor inspraak zijn.
Tot slot ervaren leden- en verzekerdenraden zich in het algemeen onvoldoende geëquipeerd om hun bevoegdheden goed uit te kunnen oefenen, vormen zij geen goede afspiegeling van de verzekerdenpopulatie en koppelen zij hun bevindingen niet of nauwelijks terug aan de achterban. Omdat zij voorts vaak niet of te laat betrokken worden, is er te
weinig invloed op het zorginkoopbeleid 2.

Het wetsvoorstel gaat zorgverzekeraars verplichten om:
– Aan alle individuele verzekerden bij schriftelijke regeling gelegenheid te bieden om hun wensen en meningen kenbaar te maken ten aanzien van de door zorgverzekeraar en ledenvertegenwoordiging afgesproken onderdelen van het beleid waaronder ten minste het zorginkoopbeleid (waaronder alle overeenkomsten tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieders) en het klantcommunicatiebeleid, en een adviserende permanente verzekerden vertegenwoordiging te borgen die als ‘hoedster’ van verzekerdeninspraak fungeert. Die moet ook een goede afspiegeling zijn van de verzekerdenpopulatie.

De vraag is of het inwerkingtreding van dit voorstel daadwerkelijk significant meer betrokkenheid van verzekerden gaat opleveren.
Mij lijkt dat verzekerden die weten dat zij ziek zijn (bijvoorbeeld als gevolg van een chronische aandoening) wel zullen weten hoe belangrijk het is dat zij van zich laten horen bij bepaalde keuzes die de zorgverzekeraar maakt bij (bijvoorbeeld) de overeenkomsten strekkende tot inkoop van de voor hen benodigde zorg.
Voor deze groep verzekerden biedt de nieuwe regeling mogelijk kansen die wellicht ook benut gaan worden.
Voor de meeste andere verzekerden geldt evenwel dat zij, zo lang zij niet ziek zijn, zich mogelijk helemaal niet bezighouden met het beleid en de inkoop van zorg.
Zij kunnen zich onmogelijk op alle facetten van het verzekeringspakket focussen. Ze zouden mogelijk ook niet weten waarnaar ze moeten kijken, dan wel hoe zij zaken zouden moeten beoordelen, en houden zich daar waarschijnlijk ook helemaal niet mee bezig. Ik acht de kans dat deze grote groep verzekerden zich nu ineens meer gaat bemoeien met hun zorgverzekeraar dan ook heel klein.

Mr. Klaassen legde overigens in januari van dit jaar in haar bijdrage aan het Nederland Juristenblad 3 uit dat het wetsvoorstel naar haar mening ten onrechte eist dat de uitwerking van sommige regels moet plaatsvinden in de statuten. Zeggenschap behoort in de statuten te worden vastgelegd.
In geval van medezeggenschap, zoals het wetsvoorstel voorstaat, acht zij de uitwerking in een schriftelijke regeling beter.
Om die reden zou de ledenraad, een orgaan dat zeggenschap uitoefent op grond van Boek 2 BW, ook niet als permanente vertegenwoordiging moeten kunnen worden aangewezen, om rolvermenging te voorkomen.

Het zal aardig zijn om te zien hoe een en ander in de komende jaren gaat uitpakken.

1 TK 2017-2018, 34971, nr. 2, Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met versterking van de invloed van verzekerden op de zorgverzekeraar (Verzekerdeninvloed Zvw)
2 Zoals uitgebreid beschreven in de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel, TK 2017-2018, 34971