De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben het kader Goed Bestuur aangescherpt.[1] In dit kader leggen de IGJ en de NZa onder meer uit welke verwachtingen zij hebben ten aanzien van de rol en verantwoordelijkheid van bestuurders, interne toezichthouders, cliëntenraden en zorgverleners. De IGJ en NZa leggen de verbinding uit tussen het beleidskader, de veldnormen (zoals de Governancecode Zorg) en de bestaande wet- en regelgeving. Dit kader geldt voor alle zorgaanbieders, ongeacht organisatiestructuur of omvang.

De aanscherping betreft wijzigingen in het thema interne toezicht. Interne toezichthouders zien toe op het verantwoord afwegen en beheersen van kansen en risico’s door het bestuur, onder andere door de Governance Code zorg na te leven en ook het maatschappelijk belang voor ogen te houden, naast het organisatiebelang. De IGJ en NZa verwachten van raden van toezicht dat zij de maatschappelijke doelstelling van de zorgorganisatie en de positie van de patiënt/cliënt centraal stellen. De IGJ en NZa hebben zes thema’s benoemd in het kader van de verantwoordelijkheden voor de raad van toezicht:

  1. De raad van toezicht investeert in een eigen toezichtvisie en formuleert doelstellingen en acties.

Deze toezichtvisie moet laten zien hoe de raad van toezicht op een proactieve manier bijdraagt aan de doelen van de zorgorganisatie.

  1. De raad van toezicht ziet toe op beheersing van risico’s met aandacht voor gedrag en cultuur.

Dit houdt in dat toezicht wordt gehouden op de kwaliteit van de zorgverlening en de resultaten van de bedrijfsvoering, waarbij niet alleen teruggekeken wordt maar ook vooruit naar risico’s en kansen. De raad van toezicht dient risico’s ten aanzien van gedrag en cultuur in de hele organisatie regelmatig op de agenda te hebben staan.

  1. De raad van toezicht dient ook het maatschappelijk belang over de grenzen van de eigen organisatie. Het gaat hierbij vooral om de waarborging van de evenwichtige belangenafweging, waarop de raad van toezicht het bestuur dient aan te spreken.
  2. De raad van toezicht zorgt voor zijn eigen diversiteit en vakmanschap.

Dit houdt met name in dat bij werving en selectie de raad van toezicht rekening dient te houden met kennis, competenties, diversiteit en vakmanschap.

  1. De raad van toezicht borgt onafhankelijkheid en voorkomt vermenging van belangen.

Dit betekent dat de raad van toezicht erop toe ziet dat geld dat bedoeld is voor zorg aan zorg besteed wordt. Ook dient de raad van toezicht elke schijn van vermenging van belangen te voorkomen, zowel bij henzelf als in de organisatie.

  1. De raad van toezicht ziet toe op transparante en afgewogen besluitvorming en zorgt voor openbare verantwoording.

Er wordt verwacht dat de raad van toezicht minimaal jaarlijks openbaar verantwoording aflegt over zijn activiteiten op een voor belanghebbenden relevante wijze. Daarmee geeft de raad van toezicht het goede voorbeeld.

Indien u meer wilt weten over dit onderwerp, of bijvoorbeeld advies wenst over de (wijziging van de) organisatiestructuur van een zorgaanbieder, neemt u dan contact met ons op.

 

[1] https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2020/07/03/igj-en-nza-goed-bestuur-vraagt-om-actieve-rol-raad-van-toezicht